Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8952.

5.3.2.3 In de derde plaats volgt uit de in artikel 3:290 BW opgenomen definitie dat de schuldeiser (de retentor) de feitelijke macht over de zaak moet hebben om het retentierecht te kunnen uitoefenen. Zonder macht over de zaak valt er niets af te geven, laat staan die afgifte op te schorten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60, en de alinea staat in dat document op bytes 39710 tot 40015.