Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8952.

6.10. Ik betwijfel overigens of de Inspecteur in casu van een 'tegen beter weten in' volharden in zijn standpunt kan worden beticht. Daarvoor is de kwestie te complex. In zoverre deel ik derhalve niet het oordeel van het Hof. Als grondslag voor de veroordeling van de Inspecteur in een integrale proceskostenvergoeding resteert dan de door belanghebbende gestelde, naar het oordeel van het Hof door de Inspecteur onvoldoende weersproken, en door het Hof als verregaand onzorgvuldig gekenschetste proceshouding van de Inspecteur. Ik lees 's Hofs uitspraak zo deze omstandigheid mede dragend was voor zijn beslissing omtrent de proceskosten. Het oordeel is mijns inziens zodanig verweven met waarderingen van feitelijke aard dat het in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Evenmin is het oordeel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60, en de alinea staat in dat document op bytes 60960 tot 61820.