Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8952.

1.2. Belanghebbende heeft zich bij overeenkomst gebonden tot de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw op een terrein dat haar opdrachtgever van de gemeente Q (verder: de gemeente) in erfpacht zou verkrijgen. De vestiging van de erfpacht heeft uiteindelijk - wegens financiële problemen van de beoogde erfpachter (belanghebbendes opdrachtgever) - niet plaatsgevonden. Belanghebbende heeft een aanvang gemaakt met de bouw, maar omdat haar opdrachtgever de gefactureerde bouwtermijnen niet betaalde, heeft zij de bouw stopgezet. De opdrachtgever is failliet verklaard. Nadien heeft belanghebbende van de gemeente het perceel met daarop het in aanbouw zijnde gebouw in erfpacht gekregen voor een bedrag dat nauwelijks hoger was dan de canon waarvoor belanghebbendes opdrachtgever het onbebouwde perceel in erfpacht zou hebben verkregen als dat erfpachtrecht gevestigd zou zijn geweest. In navolging van de Inspecteur(1) stelt de staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris) zich in cassatie op het standpunt dat belanghebbende de vergoeding voor de bouwtermijnen voor zover die niet door de opdrachtgever is betaald toch wel heeft ontvangen, nu zijns inziens de waarde van de opstallen niet is begrepen in de door de gemeente aan belanghebbende berekende canon en belanghebbende met deze verkrijging 'om niet' van de opstallen haar retentierecht op de opstallen te gelde heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60, en de alinea staat in dat document op bytes 5949 tot 7359.