Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8952.

3.2 De Rechtbank was van oordeel dat belanghebbendes verzoek om teruggaaf niet prematuur was. Voorts oordeelde zij dat de verkrijging van het recht van erfpacht op de nieuwbouw door belanghebbende niet kan worden aangemerkt als de betaling voor de aannemingsovereenkomst, zodat belanghebbende recht heeft op teruggaaf tot het door haar gevraagde bedrag. De Rechtbank heeft de aan belanghebbende toekomende proceskostenvergoeding op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht(9) (hierna: Bpb) met gebruikmaking van het in dit besluit opgenomen forfait vastgesteld op € 1.127. Bij uitspraak van 1 februari 2010, nr. AWB 08/4347 OB, niet gepubliceerd, heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de aan belanghebbende toekomende teruggaaf vastgesteld op € 737.609 en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.127.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60, en de alinea staat in dat document op bytes 13845 tot 14768.