Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8952.
5.2.2 Denkbaar is ook - in het eerste cassatiemiddel is de Staatssecretaris voor dit anker gaan liggen - dat een derde voor de debiteur betaalt. De schuldeiser ontvangt dan via die derde de vergoeding die hij aan zijn debiteur in rekening had gebracht. Ook in dit geval moet worden vastgesteld dat de leverancier de vergoeding heeft ontvangen en dat (dus) aan toepassing van artikel 29, lid 1, onderdeel a, van de Wet niet wordt toegekomen. Uit de definitie van de maatstaf van heffing (zie punt 5.1.1) volgt immers dat de omstandigheid dat door een derde wordt betaald, er niet aan afdoet dat hetgeen is betaald de vergoeding vormt voor een prestatie. Wel zal tussen de verrichte prestatie en hetgeen (door de derde) wordt betaald, een rechtstreeks verband moeten bestaan. Zonder rechtstreeks verband met een prestatie kan een betaling immers geen vergoeding voor die prestatie vormen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60, en de alinea staat in dat document op bytes 29299 tot 30198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/819e4ec2b07b95db4dbce365d8df5ad95c9c0fb6292abdd51dfef1aac240bd60 | shasum -a 256