Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9040.

"7. Het hof is op grond van de inhoud van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en beslist zoals deze heeft gedaan ten aanzien van de omgangsregeling. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangedragen die tot een andersluidend oordeel kunnen leiden. Daartoe neemt het hof nog het volgende in aanmerking. Uit het horen van de minderjarige in hoger beroep is het hof gebleken dat de minderjarige zich nog steeds heftig verzet tegen contact met de vader en herinneringen aan de vader leiden tot spanningen bij de minderjarige. De verklaringen en uitingen van de minderjarige komen het hof authentiek over en komen overeen met en bevestigen zijn eerdere verklaringen en hetgeen in de processtukken in hoger beroep als het standpunt van de minderjarige wordt omschreven. Gelet op de leeftijd van de minderjarige dient rekening te worden gehouden met zijn mening. Door te stellen dat de minderjarige niet heeft verklaard wat hij daadwerkelijk wil - contact met de vader - geeft de vader geen blijk de mening en mitsdien de belangen van de minderjarige te respecteren. Mede gelet op de inhoud van het raadsrapport acht het hof het niet in het belang van de minderjarige om een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vast te stellen. Het hof passeert daarbij de stelling van de vader dat de raadsrapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen. Daartoe neemt het hof in aanmerking, dat de vader een klacht over het handelen van de raad heeft ingediend bij de regiodirecteur, waarvan een tweetal onderdelen door deze gegrond is verklaard. Voor zover zijn klachtonderdelen gegrond zijn verklaard, heeft dit niet geleid tot inhoudelijke aanpassing van het raadsrapport. Voor zover de vader beoogt te stellen dat de overige klachtonderdelen ten onrechte door de regiodirecteur ongegrond zijn verklaard, had het op zijn weg gelegen om 'gemotiveerd aan te geven waarom het oordeel van de regiodirecteur over deze klachtonderdelen onjuist was. Het hof ziet ook overigens geen aanleiding om het door de vader verzochte onderzoek te gelasten en neemt de inhoud van het raadsrapport dan ook als uitgangspunt. Geen regel van Nederlands recht verplicht de rechtbank om bij het nemen -van haar beslissingen zoals in eerste aanleg verzocht, een voorlopige omgangsregeling vast te stellen. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, ziet het ook thans geen aanleiding om een voorlopige omgangsregeling vast te stellen. Uit dit een en ander volgt dat de rechtbank het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met de minderjarige terecht heeft afgewezen. Het hof zal de bestreden beschikking te dien aanzien dan ook bekrachtigen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/092af2377db858064d899f7a434587592b098042cc1d5a12dcdddb986c35adc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 092af2377db858064d899f7a434587592b098042cc1d5a12dcdddb986c35adc8, en de alinea staat in dat document op bytes 6402 tot 9157.