Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9040.
14. De klacht dient te falen. Voor zover het onderdeel klaagt over de waardering van de verklaring van het kind (zie daarover reeds onderdelen 2.1 en 2.2) en van het rapport van de Raad alsmede over de weging van de betrokken belangen in het onderhavige geval, richt het zich tegen oordelen die aan het hof zijn voorbehouden. Deze geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn afdoende gemotiveerd. Het oordeel van het hof komt evenmin in het licht van de hiervoor bedoelde rechtspraak van het EHRM onjuist of onbegrijpelijk voor. Volgens deze rechtspraak hangt het Immers van de omstandigheden van het geval af of een onderzoek moet worden gelast en het hof heeft beargumenteerd waarom het acht heeft geslagen op de beoordeling van de Raad en geen behoefte had aan een verder onderzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/092af2377db858064d899f7a434587592b098042cc1d5a12dcdddb986c35adc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 092af2377db858064d899f7a434587592b098042cc1d5a12dcdddb986c35adc8, en de alinea staat in dat document op bytes 14934 tot 15746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/092af2377db858064d899f7a434587592b098042cc1d5a12dcdddb986c35adc8 | shasum -a 256