Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9062.
7. Bij de beoordeling van het middel dient te worden vooropgesteld dat indien door of namens de verdachte een beroep is gedaan op noodweer, de rechter zal moeten onderzoeken of het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding - waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding. Daarbij geldt dat gedragingen van de verdachte voorafgaande aan de wederrechtelijke aanranding door het latere slachtoffer onder omstandigheden in de weg kunnen staan aan het slagen van een beroep op noodweer door de verdachte. Dat is bijvoorbeeld het geval indien de verdachte de aanval heeft uitgelokt door provocatie van het latere slachtoffer en hij aldus uit was op een confrontatie.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/142bbd3b4bbc59ad8a4783b9777f47762e2df0dec76a7b00614df51ff9820d71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 142bbd3b4bbc59ad8a4783b9777f47762e2df0dec76a7b00614df51ff9820d71, en de alinea staat in dat document op bytes 13574 tot 14431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/142bbd3b4bbc59ad8a4783b9777f47762e2df0dec76a7b00614df51ff9820d71 | shasum -a 256