Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9064.

"2.4. Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (vgl. HR 30 juni 2009, LJN BH3079, NJ 2009/349).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd9bc1addc4103667350430df44f709b8b0cab9567949e88a4bffcfb3f17e09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd9bc1addc4103667350430df44f709b8b0cab9567949e88a4bffcfb3f17e09, en de alinea staat in dat document op bytes 7096 tot 7833.