Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9085.

9. Voorts ligt in het oordeel van het Hof besloten dat het gedrag van [slachtoffer] jegens verdachte moet worden aangemerkt als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte in de zin van art. 41 lid 1 Sr. Het Hof onderzoekt immers of verdachtes optreden verdediging was tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45c0100a03da0bf38d104fd8680eed12056b46e8b44120c13e2f63166a12cda7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45c0100a03da0bf38d104fd8680eed12056b46e8b44120c13e2f63166a12cda7, en de alinea staat in dat document op bytes 12107 tot 12480.