Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9530.
13. Het zojuist gezegde geldt in versterkte mate wanneer niet duidelijk is of een tussenuitspraak van de feitelijke rechter als stilzwijgend oordeel over een bepaalde kwestie moet worden begrepen, dan wel of in die uitspraak helemaal geen oordeel over de kwestie besloten ligt (omdat de desbetreffende rechter uit overwegingen van beleid of misschien zelfs per abuis, aan de kwestie voorbij is gegaan, of misschien ook omdat die rechter de stellingen van de betrokkenen zo heeft uitgelegd, dat die kwestie niet ter beoordeling werd voorgelegd). In zulke gevallen is de basis voor toetsing in cassatie eens te meer ongewis. Dan dringt de onwenselijkheid van het toelaten van cassatieberoep zich inderdaad nader op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4bc6bc3b493c7437ef0c9f05eb47a60e3cf16c94dd0189a2f6dd894020bfa89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4bc6bc3b493c7437ef0c9f05eb47a60e3cf16c94dd0189a2f6dd894020bfa89, en de alinea staat in dat document op bytes 11936 tot 12662.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4bc6bc3b493c7437ef0c9f05eb47a60e3cf16c94dd0189a2f6dd894020bfa89 | shasum -a 256