Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9538.
17. Of het oordeel van de rechter over de inhoudelijke juistheid en/of de rechtmatigheid van de aanwijzing van de Stichting van betekenis is voor de verdere beoordeling van de vreemdelingenprocedure moet, zou ik denken, worden beoordeeld aan de hand van de - te verwachten - inhoud van het rechterlijke oordeel over die aanwijzing. Een rechterlijk oordeel waarin de aanspraak van de vader en (vooral) de moeder op omgang met [de dochter], en eventueel ook: de aanspraak van [de dochter] op omgang met de betrokkene(n), wezenlijk anders wordt beoordeeld dan namens de Stichting is verdedigd dan wel in praktijk gebracht, legt om voor de hand liggende redenen gewicht in de schaal als het erom gaat of aan redelijkerwijs aan de verblijfstitel van de moeder te verbinden beperkingen is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb55607c922a28d735d4b9b40bd935d0fbd11c83f25da2285dfb2d9473cad21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb55607c922a28d735d4b9b40bd935d0fbd11c83f25da2285dfb2d9473cad21, en de alinea staat in dat document op bytes 16072 tot 16876.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb55607c922a28d735d4b9b40bd935d0fbd11c83f25da2285dfb2d9473cad21 | shasum -a 256