Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2012

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9539.

b) wanneer "samenwoners" gedurende de - gewoonlijk betrekkelijk lange - duur van de samenwoning in ongelijke mate bijdragen aan de lopende bestedingen (bijvoorbeeld in de niet-uitzonderlijke vorm dat de man als "kostwinner" méér inkomsten bijdraagt dan de vrouw, vaak in combinatie met de omstandigheid dat de vrouw het overwegende deel van verzorgende en huishoudelijke taken voor haar rekening neemt, of die gaandeweg steeds méér voor haar rekening gaat nemen), ligt (erg) weinig voor de hand dat hun voor ogen staat dat er verrekeningaanspraken ontstaan voor eventueel door de ene partner "te veel" betaalde prestaties. Dat geldt, dunkt mij, ook voor bestedingen die verricht worden in verband met op gezamenlijke naam verworven vermogensbestanddelen (en zeker als het gaat om de voor gezamenlijke bewoning bedoelde woning). Het is, ook hier, niet uitgesloten dat de bedoelingen van partijen anders moeten worden begrepen, maar uitzonderlijk lijkt mij dat wel. Uitgaan van de andere mogelijkheid (dus: men heeft verrekeningsaanspraken in dit verband (stilzwijgend) uitgesloten) is dan plausibel, minstgenomen als "werkhypothese".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/184c65aca7a6443cb0364db45d6a3972ba266f9b78134379b56eb095a1ee88fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 184c65aca7a6443cb0364db45d6a3972ba266f9b78134379b56eb095a1ee88fa, en de alinea staat in dat document op bytes 29916 tot 31065.