Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2012
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9539.
2.14 In de subonderdelen A.1 t/m A.3 wordt aangevoerd dat het hof heeft miskend dat het met betrekking tot de interne draagplicht van partijen ter zake van de hypotheekrente en de premie levensverzekering gaat om de zin die partijen over en weer mochten toekennen aan elkaars verklaringen en gedragingen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij wordt gewezen op de artikelen 3:33 en 3:35 BW en op het Haviltex-arrest. Subonderdeel A.1 klaagt, kort gezegd, dat de overwegingen van het hof er geen blijk van geven dat het hof de wilsvertrouwensleer heeft toegepast. De subonderdelen A.2 en A.3 klagen over een onjuiste, dan wel onbegrijpelijk gemotiveerde, toepassing van de wilsvertrouwensleer. Subonderdeel A.2 wijst op een aantal door de vrouw aangevoerde stelingen over, kort gezegd, de financiële verwevenheid tussen partijen. Subonderdeel A.3 wijst op de (traditionele) taakverdeling tussen partijen na de geboorte van de kinderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/184c65aca7a6443cb0364db45d6a3972ba266f9b78134379b56eb095a1ee88fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 184c65aca7a6443cb0364db45d6a3972ba266f9b78134379b56eb095a1ee88fa, en de alinea staat in dat document op bytes 34787 tot 35783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/184c65aca7a6443cb0364db45d6a3972ba266f9b78134379b56eb095a1ee88fa | shasum -a 256