Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9546.

Voor zover de klacht geacht moet worden te zijn gericht tegen de verwerping van het beroep op het ontbreken van een redelijk belang van [verweerster] bij uitoefening van de erfdienstbaarheid als bedoeld in art. 5:79 BW (rov. 4.10.5), faalt zij eveneens. Het hof heeft zijn oordeel voldoende gemotiveerd, ook in het licht van de stellingen van het middel. De stellingen in het middel noopten het hof evenmin tot een nadere motivering van zijn andere oordelen in rov. 4.10.1 t/m 4.10.5, waarbij wordt opgemerkt dat in het middel niet nader is uitgewerkt waarom 's hofs oordeel onbegrijpelijk zou zijn in het licht van die stellingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fe3557d704d97fcf8947cd11a8b38adea0307219380bae607a1e9ce6a3c8396. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fe3557d704d97fcf8947cd11a8b38adea0307219380bae607a1e9ce6a3c8396, en de alinea staat in dat document op bytes 15085 tot 15730.