Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9603.

3.18 Verhulp(14) bepleit bij de tijdelijke arbeidsovereenkomsten een toepassing van jurisprudentie over de geldigheid van een proeftijdbeding voor zover die betrekking heeft op de opvolgende werkgever. Deze jurisprudentie leert dat werkgevers worden geacht elkanders opvolgers te zijn indien enerzijds de nieuwe overeenkomst wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden eist als de vorige overeenkomst en anderzijds tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgever zodanige banden bestaan dat het door de laatste op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever(15).Verhulp(16) meent verder "dat de woorden 'ten aanzien van de verrichte arbeid' bij de toepassing van lid 2 van artikel 668a BW minder strikt moeten worden geïnterpreteerd dan het geval was bij artikel 673 lid 1 sub b (oud) BW. Hij vervolgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19aada07d21cd386e1bbfa2b3e06ea078278df2b4087bb5147d1ca331d7b3da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19aada07d21cd386e1bbfa2b3e06ea078278df2b4087bb5147d1ca331d7b3da, en de alinea staat in dat document op bytes 27061 tot 28017.