Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9966.

17 Zie bijv. HR 23 december 1994, LJN ZC1590, NJ 1996, 628 WMK; zie uitvoerig nader Boks, a.w. p. 114 e.v., 131 e.v. en voor rechtsvergelijkende opmerkingen p. 136 e.v. De tegengestelde conclusie van [eiser] c.s. is gebaseerd op hun, op de in de conclusie ontwikkelde gronden m.i. onjuiste, gedachte dat [eiser 1]s handelwijze de (financiële) belangen van de andere parkeergerechtigden niet raakte; of, iets zuiverder, dat "slechts" de belangen van vier met name genoemde personen zouden zijn geraakt (s.t. mrs Mencke en Van der Wiel onder 5.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/779ceb68a2cd1d65c29457395d5f67a20908f4146be7dfe018aa97005f83697b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 779ceb68a2cd1d65c29457395d5f67a20908f4146be7dfe018aa97005f83697b, en de alinea staat in dat document op bytes 68399 tot 68958.