Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0194.
4.5. Uit hetgeen onder 4.3 en 4.4 is overwogen, volgt dat bij de verzending van het aanslagbiljet 2005 de Ontvanger wist, althans redelijkerwijs had kunnen en moeten weten, dat de aanslag werd verzonden met een onjuiste adressering en dat de aanslag belanghebbende niet zou bereiken. De omstandigheid dat poststukken naar het verkeerde adres worden gezonden, omdat het geautomatiseerde systeem in Apeldoorn niet in staat is tijdig (adres)mutaties te verwerken, dient voor rekening en risico van de Ontvanger te komen. Hieruit volgt dat het aanslagbiljet met de verzending per post op of omstreeks 16 april 2008 dan wel op of omstreeks 23 april 2008 niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. (In dit verband wijst het Hof op het arrest van de Hoge Raad van 5 maart 2004, nr. 39 245, LJN: AO5063). De misslagen van de Ontvanger bij het bekend maken van de aanslag dienen aan de Inspecteur te worden toegerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1c496ef941d2cad05bfbe076b376b390e10749ba21ca272888501e75256d6e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1c496ef941d2cad05bfbe076b376b390e10749ba21ca272888501e75256d6e0, en de alinea staat in dat document op bytes 28563 tot 29494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1c496ef941d2cad05bfbe076b376b390e10749ba21ca272888501e75256d6e0 | shasum -a 256