Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2012

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0196.

"3.6. Het Hof Arnhem heeft de bewijslast ter zake van het ontbreken van een absoluut verhandelingsverbod op de Inspecteur gelegd. Ik vrees dat dat om twee redenen niet kan. De eerste reden is de Nederlandse procesrechtelijke regel Ius curia novit. De inhoud van het strafrecht van de andere lidstaten van de EG is geen feitelijke grond, maar een rechtsgrond, en leent zich dus in beginsel niet voor bewijslastverdeling (wèl voor deskundigenbericht(13) of voorlichting door de partijen). De term 'recht' in art. 48 Rv. [oud, thans art. 25 Rv.; PJW] en in art. 8:69 Awb omvat ook buitenlands recht, al omvat dezelfde term in art. 99 RO [oud, thans art. 79 RO; PJW] geen buitenlands recht. Mijns inziens heeft een procespartij in een belastingprocedure op dit punt in beginsel niet meer dan een stelplicht en misschien zelfs dat niet. Ook A.J. van Soest (noot in BNB 1959/154), J. van Soest (noot in BNB 1973/121) en de A-G Mok (conclusie voor NJ 1991, 1) menen dat vreemd recht geen feit is, maar recht, dat zonodig van ambtswege op inhoud en consequenties onderzocht moet worden door de rechter. Weliswaar blijkt uit HR 15 oktober 1986, BNB 1987/72, met conclusie Van Soest en noot Van Brunschot, dat onderworpenheid aan een buitenlandse belasting gesteld moet worden, maar niet dat de belanghebbende partij de inhoud en consequenties van buitenlands recht zou moeten bewijzen. Ik acht het middel van de Staatssecretaris daarom in beginsel gegrond."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ceaa709f70123557d27b797ae404965b94987b6a164ff2ce2bf9d971c292e32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ceaa709f70123557d27b797ae404965b94987b6a164ff2ce2bf9d971c292e32, en de alinea staat in dat document op bytes 38751 tot 40214.