Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0219.

3 HR 28 november 2008, LJN BF5283, NJ 2009/514 H.J. Snijders. In eerlijkheid gezegd, voel ik zelf meer voor de door Uw Raad niet gevolgde benadering van mijn ambtgenoot Verkade in zijn conclusie voor het arrest (kort samengevat: de termijn was verstreken). Ik teken hierbij nog aan dat er legio voorbeelden te bedenken zijn waarin de eisende partij (aan wie fouten van haar advocaat moeten worden toegerekend) veel minder "te verwijten" valt en waarin het cassatieberoep toch niet-ontvankelijk is. Gedacht kan worden aan een deurwaarder die op weg naar het uitbrengen van een exploot kort voor het verstrijken van de termijn in een file belandt, of een lekke band dan wel een aanrijding krijgt. De intrinsieke rechtvaardiging om in laatstbedoeld geval eiser het bos der niet-ontvankelijkheid in te sturen, maar hem daarvoor te behoeden wanneer een duidelijke fout is gemaakt waardoor een exploot niet binnen een wettelijke termijn bij de bestemmeling belandt, springt voor mij niet in het oog. Daarbij merk ik, ter vermijding van misverstand, op er geen moeite mee te hebben dat een partij die een deurwaarder te elfder ure met een exploot op pad stuurt, de gevolgen daarvan moet dragen wanneer het niet tijdig wordt uitgebracht (of zou de deurwaarder die een lekke band krijgt, tijdens het wachten op de wegenwacht, het exploot aan zichzelf kunnen betekenen en zou dat gebrek dan na ommekomst van de (cassatie)termijn kunnen worden hersteld?). Hoe dit zij: het komt niet aan op mijn inzichten maar op die van Uw Raad en daarom kan de Gemeente in haar beroep worden ontvangen. Ten slotte: zo men wil is er in een situatie als de onderhavige een wettelijke basis om de gemaakte fout met de mantel der liefde te bedekken. Maar wat is rechtens als bijvoorbeeld een stuitingsexploot van een verjaringstermijn op de laatste dag aan de verkeerde partij wordt uitgereikt? Dan is er geen wettelijke basis voor reparatie. Zo men wil, zou art. 6:2 lid 2 BW te hulp kunnen worden geroepen, maar ik zou daar niet spoedig een lans voor (willen) breken. Dit doet dan de vraag rijzen waarom het procesrecht zo anders is dan het materiële recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2d138d102fad71d58a9ab7f272ce46f5f0075c2fae963ff73448ead835bd60d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2d138d102fad71d58a9ab7f272ce46f5f0075c2fae963ff73448ead835bd60d, en de alinea staat in dat document op bytes 61721 tot 63864.