Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0219.

4.13.2 Ten overvloede stip ik nog het volgende aan. Zou moeten worden aangenomen dat het verzoek van [verweerder] moet worden verstaan als weergegeven onder 4.4.1 (de verklaring van mr. Schenke ter comparitie) dan stelde hij geen nuttige vraag. Immers wilde [verweerder] in dat geval weten of de Gemeente zich zou binden tot het niet wijzigen van het bestemmingsplan. Dat kon zij niet en dat moet mr. Schenke hebben geweten. Bovendien is de brief in die lezing onbegrijpelijk. Zoals we reeds zagen, blijkt uit het slot van de brief heel duidelijk dat Z.E.G. er - weliswaar ten onrechte, maar nochtans - van uit ging dat het vigerende bestemmingsplan geen detailhandel op meer dan 250 m2 toeliet. Daarvan uitgaande ligt niet in de rede te veronderstellen dat hij wilde weten of de Gemeente die situatie, waarmee [verweerder] ongelukkig was, zou bestendigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2d138d102fad71d58a9ab7f272ce46f5f0075c2fae963ff73448ead835bd60d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2d138d102fad71d58a9ab7f272ce46f5f0075c2fae963ff73448ead835bd60d, en de alinea staat in dat document op bytes 41042 tot 41911.