Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0727.

31. Het zojuist gezegde geldt, vermeld ik voor alle duidelijkheid, natuurlijk in de eerste plaats voor de materiële vragen die de partijen aan een bindend adviseur voorleggen; maar het valt niet in te zien waarom het niet ook zou gelden voor de verdere geschilpunten van materiële of formele aard, die zich in het kader van de beantwoording van de materiële strijdvraag kunnen voordoen - zoals de kwesties die ik in alinea 15 hiervóór onder de eerste en tweede "gedachtestreepjes" heb omschreven. Juist ten aanzien van zulke kwesties is goed denkbaar dat zich het in alinea 25 hiervóór gesignaleerde verschijnsel voordoet: namelijk dat de vervolgens tot oordelen geroepen rechter anders blijkt te denken over de vraag hoe de bindend adviseur hierover had moeten oordelen (met als mogelijke consequentie zelfs: dat er schending van fundamentele procesnormen heeft plaatsgehad) - terwijl toch niet mag worden aangenomen dat de beslissing van de bindend adviseur in de andere zin, valt buiten de voor redelijk denkende mensen geldende beoordelingsmarge(19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eceb95b620735bc08b5b6756a54c062d80c7901cc5e86004b8cd54fac89b7777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eceb95b620735bc08b5b6756a54c062d80c7901cc5e86004b8cd54fac89b7777, en de alinea staat in dat document op bytes 37177 tot 38252.