Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1260.

2.10 De vraag rijst of de verjaring van de verbeurde dwangsommen gedurende de procedure in hoger beroep doorloopt en dat Gulf Oil om verjaring te voorkomen stuitingsbrieven had moeten sturen (art. 3:317 BW) of dat art. 3:324 lid 2 BW van toepassing is. Algemeen wordt aangenomen dat art. 3:316-319 BW van toepassing zijn op de verjaring van dwangsommen.(13) Indien dit stuitingsregime van toepassing is, kan de verjaring slechts door een handeling door de dwangsomcrediteur worden gestuit. Het instellen van hoger beroep door de dwangsomdebiteur stuit de verjaring in dat geval niet (er is dan geen sprake van een eis of andere daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 BW).(14) Overigens kunnen de processtukken van de dwangsomcrediteur eventueel wel als stuitingshandelingen in de zin van art. 3:317 BW worden aangemerkt.(15)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a08f2a877ea3d7e67a3d4ed9259147693b274f3355afac659979f2627906e710. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a08f2a877ea3d7e67a3d4ed9259147693b274f3355afac659979f2627906e710, en de alinea staat in dat document op bytes 16829 tot 17679.