Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1481.

3.2. Het hof heeft onder 4 subsidiair kort gezegd bewezenverklaard dat de verdachte in of omstreeks de periode van 4 februari 2002 tot en met 11 september 2003 tezamen en in vereniging met anderen zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, door aanvraagformulieren voor een levensverzekering valselijk op te maken. Voorts heeft het hof onder 6 bewezenverklaard dat de verdachte in de periode van 23 januari 2003 tot en met 26 juni 2003 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen geldbedragen voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders telkens wisten dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. Zoals gezegd heeft het hof dit laatste gekwalificeerd als medeplegen van witwassen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5b421df3a02345a58b1040f510cc277c469f718df27003ed9c94a3b530ae0c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5b421df3a02345a58b1040f510cc277c469f718df27003ed9c94a3b530ae0c0, en de alinea staat in dat document op bytes 5856 tot 6656.