Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1481.
1 Hetgeen wel zonneklaar uit de wetsgeschiedenis volgt (zie Kamerstukken II 1999/00, 27 159, nr. 3, p. 1) is dat de wetgever met de invoering van de strafbepalingen van artikel 420bis Sr e.v. uitvoering heeft willen geven aan een internationale verplichting tot het strafbaar stellen van witwassen. Nederland is deze verplichting aangegaan met het Verdrag van Wenen (1988) en het Verdrag van Straatsburg (1990). Bovendien werd met de invoering van deze bepalingen beoogd gelijktijdig gehoor te geven aan de plicht om de (nadien vervallen) Richtlijn nr. 91/308/EEG in nationale wetgeving te implementeren. De reeds geldende helingbepalingen werden als niet (meer) toereikend beschouwd. Tot het strafbaar stellen, resp. verbieden van witwassen, waarin Nederland inmiddels had voorzien, verplichten ook nadien in werking getreden internationale instrumenten, zoals het Verdrag van New York (2000), het Verdrag van Warschau (2005) en de Richtlijn nr. 2005/60/EG.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5b421df3a02345a58b1040f510cc277c469f718df27003ed9c94a3b530ae0c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5b421df3a02345a58b1040f510cc277c469f718df27003ed9c94a3b530ae0c0, en de alinea staat in dat document op bytes 34503 tot 35474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5b421df3a02345a58b1040f510cc277c469f718df27003ed9c94a3b530ae0c0 | shasum -a 256