Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1981.

3.2 Na een korte weergave van 's hofs oordeel onder 5 worden in onderdeel 1 van de cassatiedagvaarding onder 6-9 drie klachten geponeerd tegen rov. 3.9 tot en met 3.21. De klachten houden alle verband met de uitleg van (met name) art. 4 van de Overeenkomst. De door het hof toegepaste maatstaf wordt niet bestreden. Vaste rechtspraak is dat uitleg van overeenkomsten - ervan uitgaande dat de juiste maatstaf is toegepast - in beginsel is voorbehouden aan de feitenrechter. Cassatieklachten kunnen slechts doel treffen in het geval dat de door de feitenrechter gegeven uitleg onbegrijpelijk is. Het enkele feit dat een andere uitleg denkbaar is of zelfs meer in de rede had gelegen, is daarvoor onvoldoende. Tegen deze achtergrond worden de klachten besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a101c215a4f386842a83c13b6f5f176e99e5870c6d1592324d79eaac38bfe25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a101c215a4f386842a83c13b6f5f176e99e5870c6d1592324d79eaac38bfe25, en de alinea staat in dat document op bytes 49427 tot 50200.