Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Alinea 120 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1981.

3.11 Onder 9 wordt de derde en laatste klacht van onderdeel 1 opgeworpen, die kort samengevat inhoudt dat 's hofs afwijzing in rov. 4.1 van het door Melfund gedane bewijsaanbod onjuist is, althans onbegrijpelijk. Het onderdeel voert ten eerste aan dat het hof in rov. 4.1 heeft miskend dat Melfund ten aanzien van de uitleg van de overeenkomst slechts tegenbewijs hoefde te leveren, zodat specificatie van het bewijsaanbod niet was vereist. Ten tweede zou het oordeel van het hof onbegrijpelijk zijn in het licht van het feit dat Melfund niet alleen een algemeen bewijsaanbod heeft gedaan, maar ook nauwkeurig gespecificeerd heeft aangeboden om bewijs te leveren voor haar stellingen over de bedoelingen van partijen bij het sluiten van de overeenkomst, in het bijzonder haar stelling dat art. 4 slechts ziet op een schikking met de fiscus die Wagram zou benadelen in haar contractuele aanspraken op een variabele koopsom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a101c215a4f386842a83c13b6f5f176e99e5870c6d1592324d79eaac38bfe25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a101c215a4f386842a83c13b6f5f176e99e5870c6d1592324d79eaac38bfe25, en de alinea staat in dat document op bytes 56546 tot 57481.