Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1981.

3.32 Ik stel voorop dat zelfs indien en voor zover al juist zou zijn dat het oordeel van de belastingrechter het moment was waarop Melfund ontdekte dat de vennootschap niet aan de overeenkomst beantwoordde en dat zij dat ook niet eerder had kunnen ontdekken, 's hofs oordeel dat Melfund onvoldoende met feiten heeft toegelicht dat zij zich "thans" daarop nog "ter afwering van de onderhavige vordering" zou mogen beroepen onjuist noch onbegrijpelijk is. Immers dateert de uitspraak van de belastingkamer van hof Arnhem van 15 juli 2008 en heeft Melfund Wagram eerst bij brief van 27 februari 2009 aansprakelijk gesteld. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom dit (impliciete) oordeel van het hof dat zeven en halve maand niet "binnen bekwame tijd" is, onjuist of onbegrijpelijk zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a101c215a4f386842a83c13b6f5f176e99e5870c6d1592324d79eaac38bfe25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a101c215a4f386842a83c13b6f5f176e99e5870c6d1592324d79eaac38bfe25, en de alinea staat in dat document op bytes 80234 tot 81066.