Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1999.

2.23 Uit het hierboven in 2.18 aangehaalde en door het hof in zijn overwegingen betrokken arrest van het EHRM van 18 februari 1999 (Waite and Kennedy/Germany) blijkt dat het EHRM de toekenning van immuniteiten ziet als een essentieel middel ter verzekering van de 'proper functioning' van de internationale organisatie en dat de beperking van het recht op toegang tot de rechter proportioneel dient te zijn. Het hof heeft, nadat het heeft geoordeeld dat het beroep op immuniteit legitiem is, bij de beantwoording van de vraag of het beroep ook proportioneel is, terecht rekening gehouden met de omstandigheid dat de VN onder de internationale organisaties een bijzondere plaats inneemt (zie rov. 5.7).(34) Tegen die achtergrond is het hof van oordeel dat alleen klemmende redenen tot de conclusie kunnen leiden dat de immuniteit van de VN niet proportioneel is ten opzichte van het daarmee nagestreefde doel. Dat oordeel is niet onjuist en evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625, en de alinea staat in dat document op bytes 45615 tot 46591.