Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1999.

2.26 Nu middel 3 faalt, stranden de daarop voortbouwende klachten in de middelen 4 t/m 9 bij gebrek aan belang. Deze middelen zijn immers erop gebaseerd dat een afweging moet worden gemaakt tussen het recht op immuniteit voor de internationale organisatie en het recht op toegang tot de rechter voor de burger. Deze afweging moet bij de huidige stand van de (internationale) rechtsontwikkeling in het onderhavige geval ertoe leiden dat aan de VN als internationale organisatie voor de handhaving van de vrede en de veiligheid in de wereld met het oog op de uitoefening van haar taken en de verwezenlijking van haar doelstellingen het voorrecht van immuniteit wordt toegekend. Dat de VN in het kader van haar 'proper functioning' zoals omschreven in het Handvest VN eerder immuniteit zal toekomen dan welke andere internationale organisatie dan ook, legt op de VN naar mijn mening een zware verplichting zorg te dragen voor een effectieve alternatieve rechtsgang voor de beslechting van geschillen die naar aanleiding van VN vredesoperaties tussen de organisatie en burgers zijn ontstaan. Ik moge op dit punt volstaan met te verwijzen naar het advies van de CAVV van 8 mei 2002 (zie onder 2.15) en tegelijkertijd de wens uitspreken dat voor de toekomst een adequate oplossing zal worden geboden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625, en de alinea staat in dat document op bytes 50889 tot 52197.