Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1999.
1.2 De Stichting c.s. leggen aan hun vorderingen in hoofdzaak ten grondslag dat in juli 1995 in de Oost-Bosnische enclave Srebrenica genocide heeft plaatsgevonden, dat Fejzic c.s. en de personen wier belangen de Stichting behartigt (deze natuurlijke personen worden hierna ook wel aangeduid als: de Moeders van Srebrenica) nabestaanden zijn van de mannen die daarbij door de Bosnische Serviërs zijn vermoord, en dat de Staat en de VN jegens hen aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door hen geleden schade omdat zij, in strijd met gedane toezeggingen en met andere op hen rustende rechtsplichten, de genocide niet hebben voorkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625, en de alinea staat in dat document op bytes 7592 tot 8247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625 | shasum -a 256