Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1999.
'2.4 Van voeging in de zin van art. 217 Rv. is sprake indien een derde (in dit geval de Staat) zich in het geding mengt om een van beide partijen bij te staan bij haar verweer tegen de vordering van de ander. Nu, zoals hiervoor is geconstateerd, de Staat wenst dat de vordering tegen de VN wordt afgewezen op grond van de aan de VN toekomende immuniteit van jurisdictie, dient de incidentele vordering te worden beoordeeld aan de hand van de eisen die voor voeging gelden. Voeging is niet uitgesloten door het enkele feit dat de partij aan wiens zijde de derde zich wenst te voegen niet in de procedure is verschenen. Aan voeging staat evenmin in de weg dat de Staat tezamen met de VN door de Stichting is gedagvaard. De vordering van de Stichting c.s. tegen de Staat en de vordering van de Stichting c.s. tegen de VN zijn zelfstandige vorderingen die onafhankelijk van elkaar bestaan. Door het enkele feit dat de Staat en de VN tezamen zijn gedagvaard is de Staat niet partij geworden in het geding van de Stichting c.s. tegen de VN.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625, en de alinea staat in dat document op bytes 14892 tot 15939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625 | shasum -a 256