Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1999.
2.10 Bij de bespreking van dit middel kunnen de volgende opmerkingen voorop worden gesteld. Bij staatsimmuniteit ligt de grondslag in de soevereine gelijkheid van staten en wordt een onderscheid gemaakt tussen typische overheidshandelingen (acta iure imperii), waarvoor immuniteit wordt verleend, en rechtshandelingen die de staat op voet van gelijkheid met particulieren is aangegaan (acta iure gestionis) en waarvoor geen immuniteit wordt verleend. De grondslag van de immuniteit van internationale organisaties ligt in de noodzaak het functioneren van internationale organisaties te beschermen.(4) Bij immuniteit van internationale organisaties moet een onderscheid worden gemaakt tussen officiële en niet-officiële activiteiten. Van officiële activiteiten, waarvoor immuniteit wordt verleend, is sprake wanneer deze samenhangen met het bereiken van het doel van de organisatie. In dit verband wordt ook wel gesproken van de functionele immuniteit. Doorgaans kunnen internationale organisaties aanspraak maken op immuniteiten en diverse privileges(5) die veelal in hun oprichtingsstatuut zijn geregeld. Een nadere uitwerking van deze immuniteiten en privileges vindt plaats in afzonderlijke, tussen de lidstaten van de desbetreffende organisatie, gesloten multilaterale verdragen.(6) Een voorbeeld hiervan is de reeds onder 2.7 genoemde 'Convention on the privileges and immunities of the United Nations' (Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties van 13 februari 1946, Stb. 1946, I 224; hierna: de Conventie), welk verdrag voor Nederland is goedgekeurd bij Wet van 24 december 1947, Stb. 1947, H 452. In de considerans van de Conventie wordt verwezen naar art. 104 en art. 105 van het Handvest der Verenigde Naties (hierna: Handvest VN). In art. 104 is bepaald dat de Organisatie van de Verenigde Naties op het grondgebied van elk van haar Leden de handelingsbevoegdheid geniet die nodig kan zijn voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doelstellingen. Art. 105 lid 1 Handvest VN bepaalt dat de Organisatie op het grondgebied van elk van haar Leden de voorrechten en immuniteiten geniet die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar doelstellingen. Hier is sprake van een toekenning van functionele immuniteit, namelijk in het geval immuniteit noodzakelijk is om de organisatie in staat te stellen haar taak of taken effectief uit te voeren en haar doelstelling te verwezenlijken.(7) De doelstellingen van de Verenigde Naties zijn neergelegd in art. 1 Handvest VN en hebben onder meer betrekking op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625, en de alinea staat in dat document op bytes 23914 tot 26556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625 | shasum -a 256