Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1999.

2.17 De vraag dient zich aan of, en zo ja in welke gevallen, een internationale organisatie zich kan beroepen op immuniteit van jurisdictie. In het algemeen geldt dat de aanwezigheid van een behoorlijke, alternatieve wijze voor de beslechting van geschillen met de organisatie moet worden gezien als een voorwaarde voor toepassing van immuniteit van jurisdictie. Een internationale organisatie kan zich niet met een beroep op immuniteit onttrekken aan haar verantwoordelijkheden.(24) In beginsel zullen twee, ieder voor zich zwaarwegende, maar tegenstrijdige belangen moeten worden afgewogen: enerzijds het belang dat de internationale organisatie er bij heeft dat onder alle omstandigheden een onafhankelijke en ongehinderde vervulling van haar taken is gewaarborgd, anderzijds het belang dat haar wederpartij erbij heeft dat haar geschil met de internationale organisatie door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie wordt behandeld en beslist.(25) Dat laatste belang komt tot uitdrukking in het recht op toegang tot de rechter, zoals dit wordt gewaarborgd door art. 14 lid 1 IVBPR en het op dit punt daarmee overeenstemmende art. 6 lid 1 EVRM.(26) Nu beide verdragen - het mondiale IVBPR en het regionale EVRM - een gelijk beschermingsniveau bieden(27), bestaat in de onderhavige zaak geen concreet belang bij een beroep op art. 14 IVBPR, zodat ik deze laatste bepaling verder buiten beschouwing laat.(28)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbcafe441abd7455c67e8ace73be6843e5e86dc988a3c8246f49fc8bdaa50625, en de alinea staat in dat document op bytes 35175 tot 36615.