Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW2167.

2.4.2 Wanneer een getuige (zoals [betrokkene 1]) iets verklaart over wat een bepaalde persoon (zoals [A]), die niet zelf één van de beweerdelijke contractspartijen is, heeft verklaard of gedaan, dan kan dat in dit verband relevant zijn wanneer die verklaring of gedraging in de omstandigheden van het geval tevens duidt op een verklaring of gedraging van één van de beweerdelijke contractspartijen (zoals [eiser 2]). In rov. 4.3, 3e volzin, verwijst het hof naar de stelling van Conservatrix over wat [A] in het bijzijn van [eiser 2] tegen Conservatrix (in de persoon van [betrokkene 1]) over de hoedanigheid van [eiser 2] heeft verklaard. Indien [eiser 2] op die mededeling niet reageert, kan daarin mogelijk een gedraging of (stilzwijgende) verklaring van [eiser 2] worden gezien - namelijk instemming met deze omschrijving van zijn hoedanigheid - waaraan Conservatrix het vertrouwen kon ontlenen dat [eiser 2] deze hoedanigheid bezat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8733effef10a225208f2648202e66956467cbcbd20aa645a3a8a8aa560b63d39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8733effef10a225208f2648202e66956467cbcbd20aa645a3a8a8aa560b63d39, en de alinea staat in dat document op bytes 18629 tot 19583.