Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW2167.
2.14 Voor zover de klacht aanvoert dat het hof geen acht heeft geslagen op gedragingen en uitlatingen van [eiser 2], faalt zij bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof heeft dit wel gedaan. In rov. 2.11 verwijst het hof immers naar het feit dat [A] [eiser 2] aan [betrokkene 1] als zijn compagnon heeft voorgesteld (2e volzin). Dit oordeel moet kennelijk aldus worden begrepen dat dit gebeurde in het bijzijn van [eiser 2] (zie rov. 4.3 van het tussenarrest) en dat deze toen niet de daaruit voor Conservatrix (in de persoon van [betrokkene 1]) ontstane indruk, dat [eiser 2] compagnon van [A] was, heeft weggenomen. Ook noemt het hof het feit dat [eiser 2] zijn kaartje aan [betrokkene 1] heeft afgegeven waarop hij staat vermeld als registermakelaar en taxateur (3e volzin).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8733effef10a225208f2648202e66956467cbcbd20aa645a3a8a8aa560b63d39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8733effef10a225208f2648202e66956467cbcbd20aa645a3a8a8aa560b63d39, en de alinea staat in dat document op bytes 24527 tot 25321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8733effef10a225208f2648202e66956467cbcbd20aa645a3a8a8aa560b63d39 | shasum -a 256