Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3264.
43 Dit doet denken aan het asymmetrisch appelverbod van art. 188 lid 2 Rv. bij het voorlopig getuigenverhoor (en art. 204 lid 2 Rv. inzake het voorlopig deskundigenbericht). Er is natuurlijk ook een raakvlak tussen de vordering tot afschrift van bescheiden en het voorlopig getuigenverhoor tijdens een aanhangig geding daar waar een procespartij zich inzicht wil verwerven in zijn bewijspositie. Het recht op afschrift is echter beperkter omdat de justitiabele daarbij al voor ogen dient te hebben om welke bescheiden het gaat. Bij een voorlopig getuigenverhoor behoeft men nog niet zo concreet te zijn. Zie daarover het advies van de Raad voor de rechtspraak van 24 december 2010, overgelegd als bijlage bij de MvT, Kamerstukken II, 2011-2012. 33 079, nr. 3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14, en de alinea staat in dat document op bytes 52625 tot 53397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14 | shasum -a 256