Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3264.
2.10 Vervolgens was in het arrest van hetzelfde hof van 21 juli 2009(24) het - tegenovergestelde - geval dat de rechtbank een bij wege van incident gedane vordering tot verstrekking van gegevens op grond van art. 843a Rv. had afgewezen, aan de orde. In hoger beroep verklaarde het hof de appellant die de incidentele vordering in eerste aanleg had ingediend niet-ontvankelijk. Het overwoog daartoe dat de ter beoordeling voorliggende situatie zich onderscheidt van de situatie zoals aan de orde in het arrest van 23 oktober 2007, aangezien de rechtbank de incidentele vordering had afgewezen. De in het arrest van het hof van 23 oktober 2007 gebruikte argumenten om de appellant ontvankelijk te achten in het hoger beroep, gingen volgens het hof dan ook niet op. Nu de appellant er zelf voor had gekozen om de vordering op grond van art. 843a Rv niet in een aparte dagvaardingsprocedure maar bij wege van incident in de hoofdzaak in te stellen, diende hij naar het oordeel van het hof in beginsel de (processuele) gevolgen van deze keuze te aanvaarden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14, en de alinea staat in dat document op bytes 22252 tot 23317.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14 | shasum -a 256