Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3264.

In 2010 komt het hof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden bij arrest van 16 maart(31), mede naar aanleiding van genoemd arrest van de Hoge Raad, terug van zijn uitspraak van 16 juni 2009(32) dat een afwijzende beslissing op een incidentele vordering van art. 843a Rv. dient te worden aangemerkt als een eindvonnis. De vordering dient volgens het hof "slechts" om te komen tot vergaring van bewijs voor de rechtsvordering die inzet is van het geding. Het hof overweegt dat het maken van een onderscheid tussen toe- of afwijzen van de vordering geen steun vindt in de wet. Voorts overweegt het hof dat de mogelijke nadelige gevolgen voor de gedaagde in geval van een toewijzing ook kunnen dienen ter onderbouwing van een verzoek door de gedaagde aan de rechtbank om tussentijds appel open te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14, en de alinea staat in dat document op bytes 28810 tot 29624.