Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3264.
2.18 Na bespreking van enkele van de hiervoor behandelde, vóór 2010 gewezen hofarresten waarin de toewijzing van de art. 843a Rv.-vordering appellabel wordt geacht, stelt Sijmonsma dat hij deze "buitenwettelijke appelmogelijkheid" te ver vindt gaan en dat er wel meer incidentele vorderingen zijn met vergaande gevolgen. De wens van de wetgever hield z.i. in 2002 duidelijk in dat een snelle procesgang voorrang heeft op de wens om hoger beroep in te stellen van allerlei vonnissen die geen eindvonnis in de zin van art. 337 lid 2 Rv. zijn. Dit probleem behoort via de "Koninklijke weg" te worden opgelost door de rechter tijdig te verzoeken om op de voet van art. 337 lid 2 Rv. te bepalen dat van het incidenteel tussenvonnis hoger beroep kan worden ingesteld. Die gang verdient, aldus Sijmonsma, vanwege zijn rechtszekerheid de voorkeur boven casuïstische oordelen over de vraag of de inhoud van een incident belangrijk genoeg is om buitenwettelijk appel toe te staan(36).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14, en de alinea staat in dat document op bytes 33788 tot 34778.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14 | shasum -a 256