Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3264.
2.20 Wiersma meent dat de Hoge Raad met het arrest van 22 januari 2010 definitief heeft opgehelderd dat bij een uitspraak op een art. 843a Rv.-vordering tijdens een lopend geding altijd sprake is van een tussenuitspraak, ook al wordt het inzagerecht reeds in het procesinleidende processtuk gevorderd of verzocht en al wordt dit inzagerecht in een dictum toegekend dan wel afgewezen. Hij ziet twee remedies wanneer een procespartij het als een soort bedrijfsongeval ervaart dat een inzagerecht door de rechter wordt toegekend terwijl tegen deze toekenning geen reguliere tussentijdse hogere voorziening openstaat. Deze procespartij kan trachten in een apart kort geding alsnog dit inzagerecht te blokkeren. De andere remedie is dan om toch maar een tussentijdse hogere voorziening in te stellen en daarbij aan te voeren dat hier sprake is van een doorbrekingsgrond van een verbod tot tussentijdse hogere voorziening volgens de aldaar besproken leer van HR 29 maart 1985, LJN AG4989 (NJ 1986, 242 m.nt. WHH en LWH)(38).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14, en de alinea staat in dat document op bytes 36272 tot 37303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07aa56ed3cf89e1a6eda19dab36caf65899a4984cfd6f967aa2042fbdda05e14 | shasum -a 256