Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4004.

17 Vgl. de formulering in HR 14 juni 1996, LJN ZC2105, NJ 1997/481 m.nt. HJS, rov. 3.6 (De Ruiterij/MBO): "(...) De klacht gaat terecht ervan uit dat, ingeval bij de wederpartij van degene die de onderhandelingen over een te sluiten overeenkomst afbreekt, het gerechtvaardigde vertrouwen bestond dat die overeenkomst tot stand zou komen, dit niet onder alle omstandigheden behoeft te leiden tot de slotsom dat het afbreken onaanvaardbaar is. Rekening dient ook te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt, tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen, en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij; hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan. (...)".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d76a0901f44179097d1284c1c8f27425950ec68f2a4bd799b23f352036127915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d76a0901f44179097d1284c1c8f27425950ec68f2a4bd799b23f352036127915, en de alinea staat in dat document op bytes 47444 tot 48255.