Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4004.

1.6.1 Bij tussenarrest van 17 november 2009 heeft het hof, samengevat, geoordeeld dat er geen sprake was van een voorovereenkomst (rov. 4.7). De vraag of door partijen op basis van het voorkeursrecht (rov. 4.9) gevoerde onderhandelingen mochten worden afgebroken, en de eventuele schadeplichtigheid, moet worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf van HR 12 augustus 2005, LJN AT7337, NJ 2005/467 (CBB/JPO) (rov. 4.7-4.8). De bij 1.1 onder (vii) bedoelde brief van 17 mei 2006 van makelaar [betrokkene 1] aan [verweerster] is een tot [verweerster] gericht (onvoorwaardelijk; rov. 4.12) aanbod van [eiseres] (rov. 4.10), waarmee de fase van vrijblijvendheid in de onderhandelingen was verlaten (rov. 4.11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d76a0901f44179097d1284c1c8f27425950ec68f2a4bd799b23f352036127915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d76a0901f44179097d1284c1c8f27425950ec68f2a4bd799b23f352036127915, en de alinea staat in dat document op bytes 16652 tot 17373.