Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4006.
40. De in alinea's 26 en 29 voorgedragen klachten betreffende een bewijsaanbod falen om een veelheid van redenen: omdat in de rede ligt dat de eis van vermelding van een indicatie in dit geval überhaupt niet gesteld mag worden; omdat het hof zijn oordeel over de vermelding van de relevante indicatie op verschillende dragende gronden heeft gebaseerd (namelijk: de expliciete vermelding in de G-Standaard zelf én de vermelding in de marktvergunning waarnaar de publicatie in de G-Standaard verwees), en de klacht slechts op één van deze gronden betrekking heeft; en "last but not least", omdat niet wordt aangegeven waar, in de stukken, het relevante bewijsaanbod te vinden zou zijn. In de schriftelijke toelichting van de kant van Pharmachemie wordt meegedeeld dat het bewijsaanbod bij de mondelinge behandeling ten overstaan van het hof (mondeling) zou zijn gedaan. Daarmee is echter geen feitelijke grondslag voor deze cassatieklacht(en) gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/960a1efab419e2b7aee31e4e998e1d74024517a2ede750a99053c56281fbff5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 960a1efab419e2b7aee31e4e998e1d74024517a2ede750a99053c56281fbff5d, en de alinea staat in dat document op bytes 34635 tot 35601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/960a1efab419e2b7aee31e4e998e1d74024517a2ede750a99053c56281fbff5d | shasum -a 256