Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4013.

4.15 Anders dan onderdeel 2.2 aanvoert, is 's Hofs oordeel allerminst onbegrijpelijk, ook niet wanneer de daar geponeerde stellingen ([betrokkene 2] stemde in met de wijziging en de koopovereenkomst is tot stand gekomen) in ogenschouw worden genomen. In 's Hofs, als zodanig (begrijpelijkerwijs) niet bestreden, gedachtegang komt aan een instemming met een clausule als de onderhavige weinig betekenis toe wanneer degene die (beweerdelijk) instemming betuigt tevoren is meegedeeld dat de overeenkomst nietig is in het geval later komt vast te staan dat aan de voorwaarde van art. 3:43 lid 1 aanhef en onder a BW is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7be674a9740e3fa478b69ab160c3fa0c2b6a9621c350f725060618bcc94cfc16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7be674a9740e3fa478b69ab160c3fa0c2b6a9621c350f725060618bcc94cfc16, en de alinea staat in dat document op bytes 44416 tot 45052.