Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4102.

5.4 In het arrest van 30 juni 1999, nr. 34 579, LJN: AA2787, BNB 1999/301 bezat de belanghebbende in maart 1985 78,2% van het geplaatste kapitaal van A BV, bestaande uit preferente en gewone aandelen. Op 13 december 1985 heeft hij zijn aandelen overgedragen aan een administratiekantoor, tegen uitgifte van certificaten, en heeft hij de certificaten van de preferente aandelen A BV verkocht aan een stichting (G). Op 27 december 1990 heeft hij de certificaten van de gewone aandelen A BV, zijnde 15,6% van het geplaatste kapitaal van A BV, aangewend ter volstorting van aandelen in K BV. In geschil is of hij bij de laatste transactie winst uit aanmerkelijk belang heeft behaald. Het hof oordeelde dat belanghebbende middellijk aandeelhouder was. De Hoge Raad oordeelt dat van belang is of belanghebbende een economisch belang bij de aandelen had:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53, en de alinea staat in dat document op bytes 39878 tot 40738.