Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4102.

4. De Hoge Raad beslist - ongevraagd - dat de certificaathouder als middellijk aandeelhouder is aan te merken indien hij het economisch belang bij de aandelen bezit. Deze beslissing is belangrijk. J. van Soest herhaalt in zijn conclusie zijn reeds eerder verdedigde standpunt dat voor het aandeelhouderschap van art. 39, derde lid, een combinatie van macht en belang nodig is. De Hoge Raad had in het verleden dit standpunt niet uitdrukkelijk afgewezen maar wel impliciet de certificaathouder voor a.b.-winst belastbaar geacht. In dit arrest wordt voor de eerste maal expliciet het standpunt ingenomen dat het economisch belang voldoende is. Men moet aannemen dat de Hoge Raad hier geen argeloze beslissing heeft genomen, maar - de controverses op dit punt in de literatuur kennend - met deze formulering voor ogen heeft dat enige vorm van macht of invloed met betrekking tot dividendvaststelling of anderszins geen rol speelt voor de vraag of men aandeelhouder is in de zin van art. 39, derde lid. De Hoge Raad gaat er verder kennelijk vanuit dat ,,het economisch belang'' een bekend en vaststaand begrip is. Hieronder zal men moeten verstaan hetgeen door anderen wel wordt aangeduid als ,,economische eigendom'': de civielrechtelijke verhouding die teweeg brengt dat waardeveranderingen van een goed volledig voor rekening en risico van iemand zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53, en de alinea staat in dat document op bytes 60698 tot 62062.