Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012
Alinea 249 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4102.
Bij het middellijk aandeelhouderschap via een vennootschap moet men zich het volgende realiseren. De aandelen in de dochtermaatschappij zijn juridisch en economisch in het bezit van de moedermaatschappij. De aandeelhouder van de moedermaatschappij bezit de dochteraandelen dus in geen enkel opzicht. Ter zake van deze aandelen kan hij dus geen aandeelhouder en geen aanmerkelijkbelanghouder zijn. De kwaliteit van middellijk aandeelhouder die hem door de wet werd aangemeten, kon uitsluitend aandelen betreffen die wel in zijn bezit waren. Voor die aandelen was hij uiteraard al aandeelhouder. Het middellijk aandeelhouderschap kon dus - in zoverre - alleen een kwantitatieve functie vervullen voor deze aandelen. Het bezitspercentage van deze aandelen werd opgeteld bij het middellijke bezitspercentage. Overigens kon deze optelling alleen plaatsvinden indien de aandeelhouder in de moedermaatschappij een aanmerkelijk belang had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53, en de alinea staat in dat document op bytes 74762 tot 75707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53 | shasum -a 256