Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4102.

Van een indirect (...) ab is sprake als de belastingplichtige via een aandelenbezit in een (holding)vennootschap een ab heeft in een onderliggende vennootschap. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat in dit geval alleen sprake is van een ab in de onderliggende vennootschap als de belastingplichtige in de tussenliggende (houdster)vennootschap een ab heeft. Toch is de bepaling daarmee niet geheel duidelijk en bovendien niet onomstreden, terwijl daarenboven het belang ervan is toegenomen met de totstandkoming van de tbs-regeling in de Wet IB 2001. De discussie spitst zich met name toe op de vraag of men een middellijk ab heeft in een dochtervennootschap van de holdingvennootschap - in welke laatste men een ab heeft - indien men in de dochtervennootschap niet zelf rechtstreeks een aandeel of winstbewijs heeft. Als het antwoord op die vraag ontkennend luidt, kan de tbs-regeling niet worden toegepast op aan de dochtervennootschap ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Overigens menen wij dat dit niet juist is en heeft de aandeelhouder in de geschetste situatie een indirect ab, zodat bijvoorbeeld de tbs-regeling van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53, en de alinea staat in dat document op bytes 78185 tot 79352.