Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012
Alinea 321 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4102.
De gerechtigdheid van een derde tot het vermogen van een coöperatie kan op verschillende wijze zijn vormgegeven. Wegens de grote diversiteit die eigen is aan de rechtsvorm van de coöperatie is ervoor gekozen bij de toets of een belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft in een coöperatie aan te sluiten bij de behandeling van winstbewijzen in een vennootschap. Daartoe is geregeld dat het lidmaatschapsrecht wordt gelijkgesteld met een winstbewijs. Of een belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft in een coöperatie, is vervolgens afhankelijk van de toets welke is geregeld in artikel 4.6 in samenhang met artikel 4.5a, namelijk of hij uit hoofde van zijn lidmaatschapsrecht of een daarmee op één lijn te stellen bewijs van deelgerechtigdheid gerechtigd is tot 5% van de winst of 5% van hetgeen bij liquidatie wordt uitgekeerd dan wel ten minste 5% van de stemmen kan uitbrengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53, en de alinea staat in dat document op bytes 98087 tot 98999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e6da6ba355b87b3343ae9e5372c5a36f9d584edeeabc73edca4b06add910c53 | shasum -a 256